Geschiedenis

Landelijke Rijvereniging 'Viribus Unitis'
door Roelof Bakker

Deel 1: De oprichting

Op 11 augustus 2004 is het 75 jaar geleden dat de Landelijke Rijvereniging "Viribus Unitis" is opgericht. Daarmee is deze vereniging een van de oudste van de Wijk en het is misschien interessant eens terug te blikken op de beginjaren. Dat doe ik in twee artikelen, waarvan het eerste een week voor het jubileum verschijnt. Op zaterdag 4 september wordt 's middags een receptie gehouden, gevolgd door een rijtoer door het dorp. 's Avonds wordt in het openluchttheater van Camping de Vossenburcht het zigeunerstuk Stefan Borkos opgevoerd; hiermee valt Viribus Unitis in herhaling, want ook met het 25-, 30-, 40-, en 50-jarig jubileum is dat stuk ten tonele gebracht, steeds onder zeer grote belangstelling. Deze keer gebeurt het met medewerking van de Rederijkerskamer "De Bloem" en de toneelvereniging "De Rieverst". De zang wordt door leden van de Dickninger Geuzen en leden van het mannenkoor van Wijker Kunst verzorgd. Met paarden, zigeunermuziek en dans wordt het een heel spektakel waar de jubilerende rijvereniging veel van verwacht.


De plek van oprichting: De Havixhorst

Reint Hendrik Baron de Vos van Steenwijk, geboren in 1868, was ongetrouwd en woonde op havezathe De Havixhorst. Deze havezathe is een van de 18 die Drenthe bezat. In de 14e eeuw behoorde zij aan de familie Van den Clooster. Omstreeks 1640 kwam de havezathe in het bezit van Jonkheer Johan de Vos van Steenwijk en twee eeuwen later was een nazaat van hem, genoemde Reint Hendrik, bewoner van de havezathe. Reint Hendrik, in de volksmond "Dikke Reint" genoemd wegens zijn zwaarlijvig postuur, was een groot paardenliefhebber. Dat blijkt uit het feit dat er op de havezathe een Dressuur-Rijmanege en Handelsstal, genaamd "De Havixhorst", waren gevestigd. Als koetsier en stalknecht was Jans Mennink bij de baron in dienst; hij woonde met zijn gezin rechts van het hoofdgebouw.


Reint Hendrik droeg ons Koninklijk Huis een warm hart toe, wat trouwens niet tot uiting kwam tijdens het bezoek van Koningin Wilhelmina aan de Wijk, toen was hij namelijk vergeten de vlag te hijsen. Hij heeft kort daarna het personeel opdracht gegeven alle hekken rond de havezathe oranje-rood-wit-blauw te schilderen en alsof dit nog niet genoeg was, liet hij ook de rijtuigen, tuigen en zwepen in die kleuren zetten. Het kon Reint Hendrik niet te ver gaan wanneer het om paarden ging; zo schijnt hij in Zwitserland en Italië in een circus gewerkt te hebben, onder de artiestennaam Robin Fox.
Dikke Reint had bemoeienissen met de Rij- en Jachtclub in Meppel. Dat zal geruime tijd het geval zijn geweest, anders was hij geen erevoorzitter van die vereniging geworden.
In diezelfde tijd waren ook enkele ruiters uit de Wijk lid van de Meppeler Rij- en Jachtclub, o.a. Johannes ten Wolde, Geuchien Schoonvelde en Jan Huizing. Andere plaatselijke boerenjongens voelden er niet voor zich ook aan te sluiten bij de Meppeler eliteclub.

De oprichting

Waarschijnlijk heeft Reint Hendrik de Vos van Steenwijk dat aangevoeld. Daarom nam hij het besluit een aantal mensen uit te nodigen op zijn havezathe, om te komen tot oprichting van een Landelijke Rijvereniging.
Daar hij zich in het dagelijks leven bewoog onder de elite van Meppel, had hij zijn boezemvrienden, advocaat Mr. Doornbos, kunstschilder Van Schaik en de gemeente-ontvanger van Staphorst, E.R. ten Raa, ook uitgenodigd op zijn landgoed. Verder waren aanwezig bij die oprichtingsvergadering onder meer de heren Hendrik Warner Hogenkamp, Hendrik Hazelaar, Meilof Bouwman, Roelof van Bezoen, Lucas Hilbertus Steenbergen (een oom van de eerste secretaris Lucas Steenbergen) en Jans Mennink, de koetsier van de baron. De eerste besprekingen vonden plaats in het koetshuis, links van het hoofdgebouw.
Van de oprichtingsvergadering werd in het notulenboek weinig vermeld. Wel bleek uit de notulen van de eerste vergadering op 15 mei 1930 in café Waninge (later Wittink; nu zijn er in het pand een bloemen- en een kapperszaak gevestigd, tegenover de molen) dat het eerste jaar het bestuur bestond uit de heren Meilof Bouwman, voorzitter, Lucas Steenbergen, secretaris en Jans Mennink, penningmeester.



Een prachtige oude opname van de leden van VIRIBUS UNITIS met in het midden staand de beschermheer R.H. Baron de Vos van Steenwijk. De leden v.l.n.r. zijn: Js. Mennink, mevr. Murris-Hogenkamp, A. Vos, mevr. Wittink-Waninge, L. Steenbergen, M. Bouwman, R. van Bezoen, mevr. Dengerink-Pol, W. Hogenkamp, mevr. Kerkhof, L.v.d. Linde, L. Schiphorst Haalweide en A. Pol.

Zoals in de inleiding reeds opgemerkt, was de vereniging op 11 augustus 1929 opgericht en had de naam gekregen: "Viribus Unitis" (hetgeen Latijn is voor "met vereende krachten"). Het ledenaantal was na 2 weken al tot 12 gestegen, waaronder 4 dames. Eén dameslid, Lammie Pol, heeft met Hillie Vos en Klaasje van Bezoen ervoor gezorgd dat de eerste standaard (vaandel) tot stand kwam. Op een van de eerste vergaderingen werd deze standaard aangeboden. In de jaren tachtig was hij aan vervanging toe. Arend Vos bood toen een nieuwe standaard aan; ook dit keer waren Hillie Vos en Klaasje van Bezoen behulpzaam geweest bij het vervaardigen ervan. Dameslid Wouda Waninge reed op een paard van de baron, zo ook Lucas Steenbergen en Jans Mennink. De contributie werd vastgesteld op ƒ 2,-. Men mag het niet vergelijken, maar nu betaalt men per jaar € 160,- voor het lidmaatschap. Nog een vergelijking: er werd gestart met 12 leden, nu heeft Viribus Unitis 41 rijdende en 13 niet-rijdende leden.
De baron schonk de eerste avond de kleding voor de ruiters: Engelse geruite pet met een zwartleren klep, zwarte jas, wit overhemd met zwarte das, een peperkleurige rijbroek en als je koningsgezind bent, doe je daar natuurlijk een oranje sjerp bij. Waarschijnlijk was manufacturier Arend Lubberink uit de Wijk leverancier van de kledij. De baron heeft ook alle leden een schilderij geschonken.


Dat hij niet alleen een paardenliefhebber maar ook een levensgenieter was, liet hij op de eerste vergadering merken. Hij had de heer J. Starreveld, een neef van zijn huishoudster, uitgenodigd om te zorgen voor de muzikale omlijsting. Op speciaal verzoek van de baron speelde hij op zijn viool; uiteraard eerst het Wilhelmus, maar dan ging het verder op de vrolijke toer met de tophit van die dagen: Heb medelij Jet, is er voor mij dan geen plaats meer in bed?.
Reint Hendrik werd al na één jaar benoemd tot erevoorzitter en werd tevens beschermheer van de vereniging.


Een opname uit ± 1935.Te paard: M. Bouwman, W.Bouwman-Kerkhof, L.Dengerink-Pol, W. Wittink-Waninge en R. v. Bezoen.
Voor: A.Lubberink, instructeur Dubbeldam, Js. Mennink, veearts Wilders, J. Bouwman, L. Steenbergen, R.H. Baron de Vos v. Steenwijk, …?… .

Dat men zijn beschermheerschap waardeerde, bleek toen men zijn verjaardag niet ongemerkt voorbij liet gaan. De secretaris formuleerde het als volgt: Er wordt wat geld op tafel gegooid voor een present voor de erevoorzitter die 29 februari jarig is. Alle leden werden voor die verjaardag uitgenodigd; daarover het volgende uit de notulen: De verjaardagen, de avonden die steeds door uitbundig jolijt gekenmerkt werden en waarbij de volgende dag menig bedrukt gezicht te constateren viel als gevolg van de overdadige gebruikte consumptie des vorigen avond.

Reint Hendrik Baron de Vos van Steenwijk is in 1937 op 69-jarige leeftijd overleden. In de eerste vergadering na zijn overlijden werd uitvoerig stilgestaan bij het gemis van de beschermheer; de secretaris memoreerde dat als volgt: Zaterdag 18 maart hebben we met 17 leden en onze instructeur onze beschermheer gevolgd naar zijn laatste rustplaats. Bij het opdragen der kist vormden de leden een erewacht evenals bij het kerkhof. Viribus Unitis volgde te voet de stoet van 15 auto's en werd na de begrafenis ook weer op Havixhorst verwacht. Voor de begrafenis brachten de leden in groepjes van 4 een laatste groet aan de overledene. Aldus de beschermheer is niet meer, we zullen hem missen. Hij was zo nauw met Viribus Unitis verbonden, zodat we ons het eigenlijk niet kunnen voorstellen dat we hem zaterdags niet meer zullen zien zitten voor het raam, waarbij hij bij de komst van de eerste leden de stoep af kwam stappen een joviale begroeting slaakte en ging zitten op de bank voor de erker (aan de achterkant van de havezathe) of op de stoel daar binnen, enige opmerkingen omtrent de paarden maakte en belangstellend naar het één en ander informeerde ook soms enige kwinkslagen over de meisjes maakte. Ook de vergaderingen zullen we missen op De Havixhorst. De zondagmorgens dat we steeds te laat voor het eten terug kwamen, doch die meest een gezellig verloop hadden en waarbij onze beschermheer steeds aandrong om weer dames bij de vereniging te krijgen. Deze zondagmorgens waarbij wij ruimschoots bedeeld werden met koekjes en sigaren.

 De eerste vergaderingen en het bestuur

Zoals al eerder genoemd vond de eerste vergadering na oprichting plaats op 15 mei 1930 in café Waninge. Op die avond werden de heren Roelof van Bezoen en Lucas Schiphorst Haalweide als leden aan het bestuur toegevoegd.
Als eerste punt stond die avond op het programma de deelname aan een estafetterit over duizend kilometer Nederlands grondgebied in mei 1931, uitgaande van de Federatie. De uitslag van de stemming over het wel of niet deelnemen, verwoordde de secretaris als volgt: Na verschillende bezwaren rijpelijk te hebben overwogen werd met algemene stemmen aangenomen om aan deze rit deel te nemen.

Verder kwam er die avond een voorstel van Lucas Steenbergen, om in plaats van 10%, 20 % in de kas te storten om een betere geldprijs mogelijk te maken; dit werd met 7 tegen 6 stemmen verworpen. Ook werd een voorstel van Roelof van Bezoen verworpen om van de kunstvoorwerpen (naar waarde geschat) 10 % aan de vereniging af te dragen.

De tweede vergadering op 17 augustus 1930 stond in het teken van het eenjarig bestaan. De voorzitter opende met de woorden en ik citeer weer de secretaris: Hij sprak de hoop uit dat Viribus Unitis een krachtige bloeiende vereniging mag worden en wijdde menige dronk op de beschermheer, die zijn beschermheerschap dit jaar heeft doen gelden zoals we nog menig jaar met hem hopen te mogen meemaken. De beschermheer dankt de voorzitter voor de hartelijke woorden door hem gesproken.

In april 1933 besluit het bestuur een propagandatocht te organiseren met het doel nieuwe leden te werven. Het resultaat was dat 6 jongelui toetraden tot de vereniging, waarmee het ledenbestand op dat moment 20 bedroeg. Misschien is het interessant de namen van de mensen te noemen die in de eerste jaren lid waren: Jans Mennink, Warner Vos (hij verving zijn oudere broer Arend, die begin april 1933 opgeroepen werd voor militaire dienst), Egbert Schoonvelde, Lucas van Kleef, Lucas Steenbergen, Martijn Oldenbanning, Lucas Schiphorst Haalweide, Geuchien Schoonvelde, Jan Huizing, Warner Hogenkamp, Roelof van Bezoen, Lefert van der Linde, Jan Engberts van den Berg, Derk Bakker, Meilof Bouwman, Hendrik van den Berg, Harm Roze, Hillie Hogenkamp, Lammie Pol en Johannes ten Wolde.

Uit de ledenlijst van 1933 blijkt dat er al enkele leden van het eerste uur bedankt hadden, te weten Albert Pol en de dames Wouda Waninge en Willy Kerkhof.
Het is algemeen bekend, ook al in het bestuur van 1942, dat je van paardrijden niet lenig wordt. Daarom besloot men zich massaal aan te sluiten bij een sportvereniging; de kosten hiervan werden betaald uit de kas.

Het bestuur trad elk jaar in z'n geheel af en werd meestal bij acclamatie herkozen. Na 1952 is dat veranderd en werd een rooster van aftreden vastgesteld. Al na twee jaar had er een functiewisseling in het bestuur plaats, Meilof Bouwman verkoos secretaris te worden en gaf de voorzittershamer over aan Lucas Steenbergen. Nadat Bouwman 20 jaar in het bestuur had gezeten, gaf hij aan zich niet meer beschikbaar te stellen als bestuurslid. Als reden gaf hij op dat hij het veel te druk had. Hij was wel bereid het bestuur met raad en daad terzijde te staan en werd daarom adviserend bestuurslid. In 1955 nam hij toch het secretariaat over van Geert Lommers, terwijl hij niet in het bestuur zat. Op de ledenvergadering bleek dat niemand daar bezwaar tegen had. Ook is hij in die tijd instructeur van de vereniging; hij was trouwens een van de eerste gediplomeerde instructeurs van ons land. De latere voorzitter Arend Vos bestempelde Bouwman als een "monsterkerel" voor de vereniging. Met zijn vriend en kameraad Roelof van Bezoen is Bouwman jarenlang de ziel van Viribus Unitis geweest. Beide heren zijn vóór 1929 ook korte tijd lid geweest van de Meppeler Rij- en Jachtclub.
Van Bezoen heeft vanaf het begin deel uitgemaakt van het bestuur en na een korte onderbreking van 5 jaar, gaf hij in 1967 te kennen dat hij vond dat een jonger iemand zijn plaats moest innemen. Tien jaar eerder, in 1957, deelde Jans Mennink in de ledenvergadering mee, dat hij het tijd vond de vereniging te verlaten. Vanaf 1929 was Mennink penningmeester geweest en vooral in de eerste jaren wist hij nog wel eens wat geld "los te peuteren" bij zijn baas Dikke Reint. Zo verwoordde voorzitter Arend Vos het in zijn dankwoord aan de heer Mennink en stelde voor hem te benoemen als lid van verdienste. Dat waren drie mensen die lang in het bestuur hebben gezeten en veel voor Viribus Unitis hebben betekend. Maar iemand die ook in dat rijtje thuishoort, is het jongetje dat op 16-jarige leeftijd voor het hek stond van De Havixhorst en de oprichters die naar buiten kwamen, toeriep: "Ik word ook lid, ik doe mee". Dat was Arend Vos; ook hij was dus al in 1929 lid. In 1941 kwam hij in het bestuur en werd meteen voorzitter. Hij hield van discipline in de vereniging. Dat werd wel gewaardeerd, maar met de uitvoering van bepaalde opdrachten en wensen hadden sommige leden wel eens moeite.

Wanneer op Pinkstermaandag het concours in de Wijk werd georganiseerd, stond Vos erop dat iedereen op tijd aanwezig was. Als gastheren moesten leden van Viribus Unitis in alle rubrieken als eersten starten en dat begon met het achttal. Maar als je in dat achttal rijdt en je weet dat je te laat bent, kom je niet stapvoets het achterterrein op rijden; en dat irriteerde Vos. Want eenmaal aanwezig moesten alle harnaschementen gecontroleerd worden, trens, kinketting en beugels goed schoon, laarzen en zadel gepoetst, maar ook moest het paard goed geschoren zijn. En wanneer men na het inrijden in de ring was, moesten voltes naar links of rechts precies gelijk ingezet worden, zo ook het aanspringen in galop (en dan ook nog de goeie). Hij wenste ook geen leden op het middenterrein met een stofjas aan en als men er stond: handen uit de zakken! Je was met het paard op het concours om actief aan de wedstrijden deel te nemen, maar gebruik hem daarna niet als tribune! (kijken naar het concours op het paard). In de tijd dat lang haar bij veel jongelui in was, kregen zij 's woensdags op de oefening te horen: denk erom zaterdag is er concours. Dat hield in dat de schaar er in moest, want Vos wenste geen haar onder de cap vandaan. Het was die stiptheid en correctheid die Arend Vos hoog in het vaandel had en dat kun je niet anders dan waarderen, maar…

Op de jaarvergadering van 1961, vergaderingen die hij altijd voortreffelijk leidde, dreigde hij uit het bestuur te stappen, omdat zijn inziens hij bij veel dingen te weinig medewerking kreeg van de leden. Het was vice-voorzitter Roelof Hogenkamp die hem wist te overtuigen om te blijven: hij wou het nog wel een jaar proberen. Uiteindelijk is Arend Vos 40 jaar voorzitter van de vereniging geweest en nu, in 2004, is hij 75 jaar lid en dat mag toch uniek genoemd worden. Voor de enorme inzet, zijn kennis van zaken betreffende de paardensport werd Arend Vos in 1981 terecht Koninklijk onderscheiden met de eremedaille in goud, verbonden aan de Orde van Oranje Nassau en werd hij erevoorzitter van Viribus Unitis. De vereniging heeft nog een lid voor zijn verdiensten in de eregalerij geplaatst: Albert Gortemaker, die jaren als secretaris veel voor de vereniging heeft betekend, hij werd erelid.

Vergaderingen

Er werd in de eerste jaren op wisselende locaties vergaderd. Naast de genoemde plekken, De Havixhorst en café Waninge, vergaderde men ook geregeld in het Oude Hoogenkamp en in de café's van Hazelaar (nu supermarkt Dunnink) en Roelof Wittink (later Westenbrink en nu de Rabo-bank). Later kwam het Oude Hoogenkamp nadrukkelijker in beeld: in de jaren '50-'60 was het de thuisbasis van de vereniging. Er werd vrij intensief vergaderd, dat mag je toch wel zeggen met soms 6 ledenvergaderingen en even zoveel bestuursvergaderingen per jaar. Ook werd er soms op zondagmorgen vergaderd. Op de vergaderingen was de beschermheer meestal aanwezig; en liet zich horen ook. Bijvoorbeeld die keer dat hij zich richtte tot de gehuwde leden met de woorden: "Dat per slot het gehuwde leven ook een sport is, maar dat hij gaarne zag dat allen weer geregeld de oefeningen bezochten".
Het waren meestal gezellige vergaderingen, waarbij vaak getoast werd op de geboorte van een jonge zoon of dochter. Ook die avond dat er een borrel werd aangeboden door Cees en Geesje Hendriks-Lubberink, vanwege hun jonggeborene (Ineke); de voorzitter deed hierna de uitspraak dat, wanneer het bij hen een dochter zou worden, hij ook zou trakteren, maar bij een zoon niet.

Drie maanden later zat er tussen de ingekomen stukken een kennisgeving van de heer en mevrouw Vos betreffende de geboorte van een zoon (Arjen). Het is niet volgens de afspraak, aldus de voorzitter, maar ik trakteer toch omdat het zo'n mooi jongetje is.
Toen Arend Vos opa was geworden, was dat voor hem reden om de ober iedereen van een borrel te laten voorzien. Bij het heffen van het glas zongen alle aanwezige leden uit volle borst:
In heel Europa, mijn oude opa.
Niemand zo lastig als hij.

In de oorlog '40-'45 berichtte de Federatie aan de aangesloten verenigingen dat op last van de Duitse bezetters alle officieren en manschappen voor de halve prijs toegang moesten hebben tot concoursen. Ook werden er in de oorlog door de Duitsers goed aangereden paarden gevorderd, overigens wel tegen een goede prijs. Vanaf september 1943 zijn er geen activiteiten geweest. De eerste vergadering die na de oorlog plaatsvond was in mei 1945; op die bijeenkomst werden direct 2 leden geroyeerd.

In die oorlog werden zadels stukgesneden om het leer te gebruiken voor schoenzolen.
Veel leden van Viribus Unitis lieten hun zadels maken of repareren bij de heer van Triest aan de Sluisgracht in Meppel. Een van de leden liet in 1946 een zadel maken voor ƒ 30,-; hij heeft er altijd op gereden (+ 40 jaar) en heeft hem toen verkocht voor ƒ 250,-.
Nog iets uit vroeger tijden was de kinketting; die wordt nu in de ruitersport niet meer gebruikt. Het was een verchroomde ketting, die moeilijk schoon te krijgen was, maar daar had men de volgende oplossing voor: een nacht in de waitonne, drei dagen in de buze en ie hadden 'm zo glad as een ekkel.

Oefeningen en instructeurs

De oefeningen vonden tot 1955 plaats op "De Raverst", een naam die men in de volksmond gaf aan De Havixhorst, net zoals IJhorst "de Rieverst" genoemd werd. Daar achter de gracht van de havezathe is een open plek tussen de hoge bomen, die nog steeds in het terrein zichtbaar is. Later werd er op verschillende plekken geoefend, zoals camping De Witte Bergen ('55 - '60), de Poeleweg, waar nu de fabriek van B & W Klaver staat, camping De Vossenburcht, bij Jan Bouwman, bij het Vergulde Ros en aan de Wiltenweg. Uit genoemde locaties kan men de conclusie trekken dat de leden uit Koekange er altijd veel voor over hebben moeten gehad om op de oefeningen te verschijnen.

Veel instructeurs heeft Viribus Unitis gekend. Het begon met de heer Poppe, een hoefsmid uit Zwolle, die na een jaar alweer vervangen werd door de heer Oudshoorn uit Balkbrug. In 1934 werd de heer Dubbeldam uit Zwolle benoemd, de grootvader van de bekende springruiter Jeroen Dubbeldam. Onder zijn leiding ging men eigenlijk wat aan "rijkunstige beginselen" doen. Daarvoor was het springen hoofdzaak en vaak … hoe wilder hoe mooier.
Lang heeft men niet geprofiteerd van de kwaliteiten van Dubbeldam. In 1937 kwam de plaatselijke politieman Redeker de gelederen versterken. Na de oorlog kwamen als instructeurs Meilof Bouwman en Arend Vos afwisselend in actie, twee mensen met een heel verschillende kijk op lesgeven. In 1957 werd de heer ter Veld uit Hoogeveen aangetrokken. De heer ter Veld heeft ook een keer het zigeunerstuk Stefan Borkos geregisseerd. Na ter Veld was het Arjan Vos die de touwtjes in handen kreeg.

Dit artikel kwam tot stand door raadpleging van de drie notulenboeken en door gesprekken met leden op leeftijd. Ook spelen natuurlijk mijn persoonlijke herinneringen mee uit de tijd dat ik lid was van de vereniging.


Concoursen en ruiterdagen
Veel concoursen werden in de eerste jaren niet bezocht, de afstanden speelden daar waarschijnlijk in mee. Het waren veel demonstraties die men in de omgeving gaf, dit tegen een vergoeding die meestal tussen de 100 en 200 gulden lag. Op Pinkstermaandag was men aanwezig op concours in De Wijk, die werden toen georganiseerd door de V.V.V. (Vereniging Van Volksvermaken). Ook op die concoursen in de Wijk gaven een aantal ruiters een demonstratie tegen een vergoeding.

De volgende onderdelen werden getoond: vrijheidsdressuur, carrouselrijden, twee personen en dan staande rijden (voltige ?), springen en een jachtrit.
Later en zo is het nu nog, werden de concoursen op Pinkstermaandag samen met V.V.V. georganiseerd. Eerst op " 't laand van Annegien van Luuks Bakker" (Annigje van Lucas Steenbergen). Dit terrein lag ter hoogte van het benzinestation van de familie Timmerman en dan in noordelijke richting, vervolgens bij huize Voorwijk en de laatste jaren de prachtige accommodatie op het landgoed Dickninge. Naast de gebruikelijke tuigpaardnummers, werden door de jaren de nummers voor de landelijke ruiters uitgebreid.
Veel dressuurnummers, waar het met klasse B. begon, gevolgd door de klassen Licht, Midden en Zwaar. Bij het springen moest men 's morgens voorspringen, om zich te kwalificeren voor het B. springen 's middags op het hoofdterrein, tussen de tuigpaardnummers door werden ook de klassen L.M.Z. springen afgewerkt. Het middagprogramma op Pinkstermaandag begon met een parade waar elke vereniging met de standaard (vaandel) voorop aan deelnam. Het was voor de paradecommandant die dat leidde, een hele kunst om + 100 ruiters in een soort carrousel over het terrein te laten gaan. Meilof Bouwman en Arend Vos verstonden die kunst heel goed. Perfectionist Arend Vos is zelfs meerdere keren uitgenodigd om de parade te leiden op de Nationale Kampioenschappen van de Federatie en dat vond plaats met een nog groter aantal ruiters. Bijzonder en regel was dat de paradecommandant een paard uitzocht van een deelnemende ruiter, waarmee hij de parade leidde. Het paard van Geert Lommers, Puck, werd hier meestal voor uitverkoren.

Het concours in De Wijk werd in de jaren '50-'60 vaak afgesloten met een Tally-Ho. Dit onderdeel bestond uit 2 keer het concoursterrein rond, welke afstand in stap, draf en galop moest worden afgelegd.
Veel bezoekers omringden in die tijd het wedstrijdterrein, maar ook de vrij grote kermis trok uit wijde omgeving mensen naar De Wijk.
Als je dan schoolgaand was en je kreeg van thuis + ƒ 3,50 zakgeld mee, was het vervelend als je bij de ingang direct al een deel daarvan af moest dragen voor entree. Want dan bleef er maar weinig over voor een drankje, ijsje of het kermisgebeuren. Om dat toch mogelijk te maken probeerden enkelen de entree te ontlopen. Veel jongelui van toen die dit lezen zullen zich dan ook nog de gaatjes in de grote heg herinneren, een heg langs het feestterrein en achter de huizen langs de Postweg.

Kampioenen

De eerste jaren bezocht men concoursen in de regio, die georganiseerd werden door de Drents Overijsselse Combinatie van Landelijke Rijver-enigingen (D.O.C.). Dat waren de concoursen in de volgende plaatsen: Balkbrug (Hemelvaartsdag), Ommen, Zuidwolde en Coevorden. Meestal werd te paard naar die plaatsen toe gereden, naar Coevorden vertrok men de vorige dag en overnachtte daar, evenzo is dat gebeurd in Rolde.
Wel heel bijzonder is dat enkele ruiters het concours in Appingedam bezocht hebben en waarschijnlijk de afstand te paard hebben afgelegd. Meerdere dagen zullen daarmee gemoeid zijn geweest en je vraagt je af of de vermoeidheid bij de paarden niet zo groot was, dat de prestaties er onder leden.

Na de oorlog sloot men zich aan bij de Drentse Bond van Landelijke Rijverenigingen. Elk jaar werd toen deelgenomen aan de Drentse kampioenschappen in Assen, kampioenschappen met de onderdelen achttallen L, M en Z, viertallen, individueel dressuur en springen de klassen L, M en Z.

Vooral de eerste jaren van het bestaan van de Drentse Bond waren voor V.U. succesvol, in de periode 1945-1953 was men 6 keer kampioen van Drenthe met het achttal. Kampioen zijn van de Provincie hield in dat men Drenthe mocht vertegenwoordigen op de Nationale Kampioenschappen in Utrecht, waar het achttal zich één keer als tweede wist te plaatsen.

Midden vijftiger jaren nam men met 2-achttallen en één 4-tal deel aan concoursen. In Assen wisten beide achttallen het reservekampioenschap van Drenthe te behalen in de klassen M en L. In die jaren had Geert Lommers, met zijn bruine ruin Puck, individueel ook heel veel succes. Dat mag toch gezegd worden als je meerdere keren kampioen van Drenthe Z springen en of dressuur bent geweest en je daarna een keer kampioen van Nederland hebt mogen noemen.

Lommers was met zijn paard dubbel Z, een predikaat dat weinig ruiters uit deze regio in die tijd hadden. Hij was een veelzijdig ruiter, want in de crossen in de omgeving stond hij ook zijn mannetje. Wel had Lommers de gewoonte, voor dat hij de ring in ging, een paar 'versnaperingen' te nemen tegen de spanning.
Nog een lid van V.U. heeft het gepresteerd Nederlands Kampioen te worden, dat was Warner Vos met zijn paard Bunnie in de discipline springen.
In 1999 was Annemarie Bouwman de laatste van de vereniging die Nationaal Kampioen werd, zij werd het met springen in klasse M.

Ruiterdagen

De ruiterdagen zowel in Assen als Utrecht, waren hele gebeurtenissen voor ruiter en paard. Neem alleen al de reis er naar toe, met de veewagen van Sent Waninge, waar voorin een ruimte was afgescheiden voor de ruiters die daar zaten op het meegenomen hooi en kisten, kisten (meestal eierkisten) waar het zadel en andere benodigdheden in werden meegenomen. Zo maakten de ruiters de reis mee en omdat dit ritten waren van soms twee uur en langer, werd de tijd gevuld met kaarten.

Andere mogelijkheden van vervoer waren er ook niet zoveel, bij de meeste ruiters was er in die tijd thuis nog geen auto en bovendien was het een goedkope manier van vervoer, wat in die tijd ook wel paste.

Het vervoersmateriaal van toen was niet van deze tijd en behoefde niet aan veel voorschriften te voldoen: "Alles zat mit pakkedraod an mekaar", met deze woorden geven ruiters van toen aan, met wat voor materiaal er gereden werd. Zo kon er op de voor toen grote reizen van alles gebeuren. Een paard dat met zijn been door de vloer zakte, of dat er achter in de wagen één onderuit was gegaan en die moest weer in de benen geholpen worden. In contact komen met de chauffeur was niet mogelijk, dus kroop de grootste durfal over de paarden naar de bewuste plek, om alles weer in het gareel te krijgen. Daar dat al rijdend moest gebeuren was dat levensgevaarlijk, dat zal duidelijk zijn. Op weg met de vrachtwagen naar het concours in Winschoten, ging men langs het Stadskanaal, chauffeur Piet Schonewille merkte in de spiegel dat een achter hem rijdende auto steeds met de lichten zat te knipperen. Op 't laatst dacht hij: ik moet maar eens stoppen, er kan wel wat aan de hand wezen met de vrachtwagen. Het bleek dat de moeren los geraakt waren en het wiel er bijna afgelopen was. Het zou op de zelfde dag gebeurd kunnen zijn ook op weg naar Winschoten, dat de motorkap opwaaide en tegen de voorruit klapte. Het was dezelfde Piet Schonewille die als chauffeur van Sent Waninge de ruiters en paarden van V.U. vervoerde op weg naar Utrecht, toen hij aan de kant van de weg kwam te staan en hij moest constateren dat de uitlaat was verstopt. Op sommige vrachtwagens was een gaspot gemonteerd die met baggerturf en berkenhout werd gestookt, bij deze verbranding had gasontwikkeling plaats. Dit gebeurde in de oorlog '40 - '45 toen benzine en dieselolie moeilijk te krijgen waren, hier uit blijkt dat in tijd van schaarste sommige mensen vindingrijk zijn.
Ook een bijzondere gebeurtenis was, toen op de terugweg van Utrecht ineens de verlichting van de vrachtwagen uitviel. Eén van de ruiters had toevallig een zaklantaarn bij zich, bij het naderen van een tegenligger werd deze uit het raam gestoken ter waarschuwing.
Maar al die narigheden waren na twee dagen en één nacht Assen, Utrecht of Winschoten snel vergeten.

Vooral de avonden en een deel van de nacht in Assen, waar het in het Marktcafé, het café van Cees Boelens en de gelegenheid van Boele Geerts in het centrum, altijd reuze gezellig was. Wanneer men laat in de nacht terug keerde naar de markthallen, waar men voor de paarden in het hooi of stro moest slapen, wisten sommige niet meer wat de voor of achterkant van het paard was.

Maar ook in Utrecht, vooral als je als nuchtere Drent voor 't eerst met de wat oudere ruiters zo'n grote stad in mocht. Na zo'n avondje stappen in de binnenstad was het meestal: de drank in de man en de wijsheid in de kan en zo kon het gebeuren dat op de terugweg twee jongens op het politie bureau belandden. De secretaris heeft het mooi genotuleerd, omdat ze een muurtje hadden nat gemaakt. Nu is dat niet goed te keuren, maar als je het dan toch doet, doe het dan niet waar aan de overkant van de straat een politiebureau staat. Dus dat werd gezien en de heren konden het verdere deel van de nacht op het politiebureau doorbrengen. Desalniettemin schrijft de secretaris in de notulen dat het een gezellige avond was.

Zoals gezegd gingen de ruiters gezamenlijk naar de concoursen toe, daardoor was men erg afhankelijk van elkaar. Soms was dat wel eens moeilijk, maar de gezelligheid maakte dat ruimschoots goed. Begin zeventiger jaren kwamen de paardentrailers en kon ieder z'n eigen gang gaan. Wel gaf dat de eerste jaren problemen, niet iedereen had een trailer. En de paarden van die ruiters moesten toch nog met een vrachtwagen vervoerd worden. De kosten hiervan werden nog enkele jaren uit de kas betaald, zodat ieder lid daaraan mee betaalde.

In het volgende nummer kunt u het derde en tevens laatste deel van V.U. lezen.

Dit artikel kwam tot stand door drie notulenboeken te raadplegen en door gesprekken met oud-leden. Ook spelen natuurlijk mijn persoonlijke herinneringen mee uit de tijd dat ik lid was van "Viribus Unitis".



Slot - De cross op Dankdag

Naast dressuur en springen was er nog een onderdeel in de ruitersport waar Viribus Unitis zich vanaf de oprichting mee bezighield. Dat waren de crossen die in De Witte Bergen werden georganiseerd. In het begin deed men dit op wisselende tijden van het jaar, maar na de oorlog werd het traditie om dit op Dankdag te doen. De start en finish waren bij het Theehuis van Pries, later Nieuwenhuis, nu Elias Prieshof. Nadat men de cross 'gelopen' had, werd er gepauzeerd. In die pauze zorgde Griet Nieuwenhuis ervoor dat er een grote pan met snert op tafel stond. Terwijl die werd genuttigd had de voorzitter meestal nog enkele mededelingen over het parcours, waarna de eersten konden starten. Er werd gestart in de klassen licht en zwaar en uit de wijde omtrek namen verenigingen aan de cross deel, o.a. de L.R. Lonneker en de Heideruiters uit Holten, waarvan de ruiters Ferdinand Smelt en Teunis Beltman tot de vaste deelnemers behoorden.

Beide heren streden mee om de eerste plaatsen en moesten het opnemen tegen de plaatselijke favorieten, zoals Geert Lommers. Wat later traden de volgende ruiters van V.U. in de crossen op de voorgrond: Gerrit Broekhuizen met zijn paard Rewa, Hilbert Tijmes met Sneeuwkoningin (de witte van Geert Bolling, het paard van zijn schoonvader), Jan Lubberink met Sylona en Engbert van der Woude met Brandy; zij gingen vaak met een eerste prijs naar huis. De prijsuitreiking was na afloop in het Oude Hogenkamp, waarna de dag afgesloten werd met een groot ruiterbal.

In de zeventiger jaren kwamen de samengestelde wedstrijden in beeld, met als onderdelen: dressuur, springen en cross. Viribus Unitis heeft enkele jaren de Kampioenschappen van het noorden mogen organiseren in De Witte Bergen.

Ruiteravonden

Dat Viribus Unitis zich niet alleen met de ruitersport bezig hield, blijkt uit de notulen. Vanaf de oprichting werden er ruiteravonden georganiseerd. Het programma van de eerste ruiteravond zag er als volgt uit: 1. Ruiterbelofte (was dit misschien het clublied ?), 2. onthulling standaard, 3. toneelstukje, 4. bal met verschillende attracties. Een jaar later werd met eigen leden een toneelstukje opgevoerd: 'De knappe vrouw', aangevuld met enkele voordrachten. Een bijzonder nummer die avond was van Meilof Bouwman, die z'n paard zodanig had gedresseerd, dat hij verschillende staaltjes van vrijheidsdressuur op het toneel bij Hogenkamp liet zien. Veel ruiteravonden zijn nadien nog georganiseerd; meestal werd er een toneelstuk opgevoerd met bal na.

Niet altijd werd er een toneelstuk gespeeld met eigen leden, vaak werd er een toneelvereniging of een cabaretgezelschap uitgenodigd.
Met de door eigen leden opgevoerde toneelstukken is men ook vaak naar andere plaatsen geweest om te spelen, o.a. naar Wijhe en Vollenhove.

Jubilea

Aan jubilea werd altijd veel aandacht geschonken, genoemd is al de viering van het 1-jarig bestaan. Op 31 augustus 1931 werd herdacht dat de vereniging 2 jaar ervoor was opgericht, met een groot feest op havezathe De Havixhorst. Onder grote belangstelling werden er wedstrijden verreden; eerst een Cross Country van 2 km met hindernissen, gewonnen door Roelof van Bezoen, en vervolgens, na de thee, 'Tally Ho' ; het parcours was rond de gracht van de havezathe. Een derde onderdeel was 'lintenroof' : in 5 minuten moest de ene ruiter een andere ruiter een lint afhandig maken. Tot slot was er een wedloop te voet afzonderlijk voor dames en heren.

Vervolgens stond men stil bij het 5-jarig bestaan; weer waren de festiviteiten op de Havixhorst. Ook deze keer hadden de nummers die op het programma stonden niet veel te maken met rijkunst: gelukspringen, patrouillespringen, jachtrit, estafetterennen, gehoorzaamheidsproef en een komisch nummer.

Het 10-jarig jubileum was het eerste waarbij ook een receptie op het programma stond. 's Avonds waren er onderlinge wedstrijden rond de havezathe, zoals individueel springen, groepsspringen en de geschaakte baker (?). Er was grote publieke belangstelling, zowel 's middags als 's avonds en het gebeuren werd afgesloten met een groot bal.
De receptie bij het 20-jarig jubileum werd bij Hogenkamp gehouden en het bal op De Havixhorst. De Kaluha band uit Koekange was gevraagd voor het 'muzikale gedeelte' en café Hogenkamp voor 'het natte'.

Bij het 25-, 30-, 40- en 50-jarig jubileum kwamen de openluchtspelen in beeld. In 1954 werd het openluchtspel voorafgegaan door een dressuurnummer van Geert Lommers; daarna werd een carrousel gereden, gevolgd door een demonstratie paardspringen. Ten slotte werd het zigeunerstuk 'Stefan Borkos' opgevoerd door leden van de vereniging, met als gastspelers Roelie van der Woude-van Strik, Bet Stapel-Hendriks en Roelie Hendriks. Verder werkten mee het mannenkoor van Wijker Kunst met solozang van Jan Engbert van der Woude en Jan Lubberink Jzn. Het muzikale gedeelte werd verzorgd door Co Valesko uit Meppel en de regie was in handen van de heer H.J. Nooder, dierenarts in de Wijk. Kapper Klaas Korf uit de Wijk had met assistentie van 'Tiesie' Katoele de verzorging van licht en geluid op zich genomen. Niet te vergelijken met het professionele materiaal dat gebruikt is bij de laatste opvoering van Stefan Borkos. Maar het publiek nam 50 jaar geleden er genoegen mee, men wist niet anders!

Het Koninklijk huis

Feestelijke gebeurtenissen waren de geboorten in het Koninklijk huis, op zich al feestelijk maar het werd nog gezelliger als je als heraut te paard dat mocht aankondigen. De ruiters moesten met z'n tweeën door de dorpen de Wijk en IJhorst en omgeving een bepaalde route afleggen. Op door hen zelf gekozen plekken werd met trompetgeschal hun aanwezigheid kenbaar gemaakt en vervolgens werd het bericht aangekondigd. De bewoners kwamen met de jeneverfles naar de straat en dan werd er uitbundig getoast op de jonggeborene. Je kunt je voorstellen dat wanneer dat spelletje enkele keren werd herhaald, de heren teugels tekort kwamen om zich een beetje recht op het paard te kunnen voortbewegen. Op 31 januari 1955, de dag dat Prinses Beatrix 18 jaar werd, is ze beschermvrouwe geworden van de Bond van Landelijke Rijverenigingen. Dat gebeurde op Paleis Soestdijk en als vertegenwoordiger van de Provincie Drenthe had Harm van Bezoen de eer daarbij aanwezig te mogen zijn.

De trouwerijen

Tot slot de trouwpartijen van leden van V.U., in de trouwkoets met voor en achter ruiters. Er is door de jaren veel veranderd bij de rijvereniging, maar dat is gelukkig traditie gebleven.
Het was Arend Vos - op 21 december van het vorig jaar op hoge leeftijd overleden -die waarschijnlijk als eerste in een koets naar het stadhuis in de Wijk werd gereden. De koets was gehuurd bij de familie Mulder in Zwolle en werd gehaald en weer terug gebracht door Roelof van Bezoen.
Later heeft men zelf een koets gekocht, in Groningen voor ƒ 90,- , transportkosten ƒ 100, -. Deze wordt nog steeds gebruikt en is het leven doorgegaan als 'de koets met het slingerwiel'.
Daarna zal het Warner Vos geweest zijn die in Nieuwleusen met zijn aanstaande vrouw Lena Massier naar het gemeentehuis werd gereden. De gehele rijvereniging is daar te paard naar toe gegaan en na de rijtoer werden de paarden gestald bij de plaatselijke melkfabriek.
Na de hele avond (en nacht) op de bruiloft te zijn geweest, begon men tegen morgentijd aan de terugreis naar de Wijk. Bij sommigen was het genuttigde van de vorige avond nog niet uitgewerkt; zo liet Albert Prins (hij werd de sputter genoemd) in het Staatsbos zien dat hij ook wel achterstevoren op het paard thuis kon komen.
Grote afstanden werden afgelegd met die koets, naar Kolderveen, Ruinen en met de trouwpartij van Koob Schiphorst-Haalweide en Trijntje Hilbrands moest de koets vervoerd worden naar Stieltjeskanaal.
Elke trouwpartij begon ermee dat het bruidspaar vanaf het huis van de bruid naar het gemeentehuis werd gereden, vandaar meestal naar de kerk en van de kerk naar de plek waar 's avonds het feest werd gegeven. Een feest dat op de terugweg soms een verlenging kreeg met een polonaise in de bus.

Op zo'n bruiloftsfeest werden alle leden van de rijvereniging uitgenodigd. In de loop van de avond werd het cadeau aangeboden, voorafgegaan door het zingen van het clublied. Daarna volgde voor het bruidspaar een spannend moment, als voorzitter Arend Vos het woord nam en het doen en laten van het betreffende lid in zijn toespraak memoreerde. Vos nam geen blad voor de mond, zodat alle mooie maar ook minder mooie gebeurtenissen de bruiloftsgasten ter ore kwamen.
Zo zal Hendrik Warner Hogenkamp erop gewezen zijn, dat wanneer hij naar een feestje van de rijvereniging is geweest en hij z'n vriend Engbert van der Woude netjes bij z'n huis wil laten uitstappen, hij er wel van overtuigd moet zijn dat deze de auto verlaten heeft. De andere morgen op 'de Hogenkamp' was namelijk gebleken dat Engbert nog in de auto lag na te denken over het feest van de vorige avond.
Ook na het voorzitterschap van Arend Vos zijn er gebeurtenissen geweest die misschien niet op de bruiloft genoemd zijn, maar die wel interessant zijn om ze te vermelden.
Zo zal Bertus Vedder na de bruiloft vaak gehoord hebben hoe het toch mogelijk was dat hij was vergeten bloemen voor zijn bruid te kopen. Achteraf bleek dat een bruidsboeket van paardebloemen ook heel leuk was. En Jan Tijmes zal er nog vaak op gewezen zijn: "Jan, als je naar een concours gaat, moet je de kist met je zadel erin niet aan de weg zetten als op die morgen de vuilophaaldienst langs komt. Want dan moet je naar de V.A.M. in Wijster om te kijken of er nog wat te redden valt."
Het getrouwd zijn van een lid was meestal het begin van het einde. Je kwam aan het hoofd te staan van een eigen boerenbedrijf en vanaf dan gingen bij velen de zaken voor het meisje. Toch zullen de meesten die van Viribus Unitis lid zijn geweest, terugkijken op een plezierige en reuze gezellige tijd.

Er is veel veranderd, er is veel gebleven,
maar de liefde voor de paardensport is onveranderd gebleven


Dit nummer kwam tot stand door de drie notulenboeken te raadplegen en door informatie van oud-leden. Ook natuurlijk mijn persoonlijke herinneringen van de periode dat ik lid was van "Viribus Unitis".

viribusunitisdewijk.nl

Welkom op de website van rijvereniging Viribus Unitis uit de Wijk.

Viribus Unitis

Iedere dinsdagavond vinden de lessen plaats bij Manege Dozeman in Staphorst. Deze lessen worden verzorgd door Simone Altenburg. Interesse? Kom dan gerust eens een kijkje nemen tijdens de lessen.

Jaarlijks organiseren wij in samenwerking met ponyclub de Reestruiters en stichting CH de Wijk ons eigen Pinksterconcours op Landgoed Dickninge in De Wijk. Meer informatie hierover is te vinden op http://www.chdewijk.nl/.

Daarnaast organiseren wij 2 keer per jaar een oefenparcours en ook organiseren wij regelmatig andere activiteiten voor de leden en vrienden.

Een gezellige en sportieve club!